Tijd om door te vragen

 
Het programma Krachtige basiszorg draait op dit moment alleen in de vier grote steden. Huisarts Marieke Out moet er niet aan denken dat ze nog eens terug moet naar de oude situatie. “Het programma richt zich op bewoners met hoge gezondheidsrisico’s en problemen in meerdere leefdomeinen. Als huisartsenpraktijk werken we nauw samen met andere professionals op gebied van zorg, sociaal welzijn en preventie in de wijk. Het gebeurt nog maar zelden dat we een boze patiënt in de praktijk hebben. Ik merk ook dat we patiënten minder vaak terugzien op het spreekuur.”

Huisarts Marieke Out
Gezondheidscentrum Lange Hille in Rotterdam
2.450 patiënten, 1,2 fte huisartsen

Wat is jullie oplossing?

“Tot twee jaar geleden konden we hier op Zuid niet de zorg leveren die we graag wilden leveren. Te weinig tijd voor patiënten, te lange dagen, weinig contact met collega’s. Sinds we samen met de zorgverzekeraar en het Fonds Achterstandswijken het programma Krachtige basiszorg hebben ingevoerd, is het helemaal anders. Het programma richt zich op bewoners met hoge gezondheidsrisico’s en problemen in meerdere leefdomeinen. Als huisartsenpraktijk werken we nauw samen met andere professionals op gebied van zorg, sociaal welzijn en preventie in de wijk.

We hadden al een praktijkverpleegkundige in dienst die alle lijntjes verzorgt naar de wijk, het wijkteam en de thuiszorg. Zij bezoekt de chronische patiënten, de palliatieve patiënten en zo nodig ook de zorgmijders. Als patiënten een financieel of sociaal probleem hebben, dan weet zij waar ze terecht kunnen.

Dankzij het programma hebben we het aantal uren van de POH-ggz kunnen uitbreiden. De POH-ggz heeft ook een belangrijke rol in de multidisciplinaire overleggen met hulpverleners uit andere domeinen. Daarnaast hebben we een verpleegkundig specialist aangesteld. Die draait zelfstandig spreekuur, maar weet heel goed wanneer hij mij of mijn collega moet laten meekijken. De afspraak is wel dat wij als huisartsen de vrouwenkwalen en baby’s zien. Dankzij de extra inzet van personeel hebben we onze consulten kunnen verlengen van 10 naar 15 minuten en zijn de wachttijden opgelost.”

‘We kunnen nu gewoon betere zorg geven’

Wat levert het op?

“Het is ongelooflijk wat 5 minuten extra tijd per consult oplevert. We werken veel relaxter. Patiënten voelen dat we tijd voor hen hebben. Het gebeurt nog maar zelden dat we een boze patiënt in de praktijk hebben, dat was voorheen wel anders. Ik merk ook dat we patiënten minder vaak terugzien op het spreekuur, want als we ze zien is er tijd om door te vragen.

We zitten in een gezondheidscentrum, samen met twee andere praktijken die ook met Krachtige basiszorg zijn gaan werken. Hun ervaringen zijn hetzelfde. Voorheen was er nauwelijks tijd om met collega’s te overleggen, nu zijn de lijnen kort en vormen we veel meer een team. Nu het werk zoveel leuker is geworden, is het ook makkelijker om collega-huisartsen te vinden die in ons centrum willen werken. Dat kan zowel in loondienst als in de functie van waarnemer.”

Zijn er uitdagingen of dingen die beter kunnen?

“Krachtige basiszorg betekent goed samenwerken met het wijkteam, andere zorgverleners en de wijk. Daar valt voor ons nog wel wat te winnen, want er zijn veel patiënten die met sociale of financiële problemen zitten die wij niet kunnen oplossen. Als wij die mensen kunnen doorverwijzen naar de juiste zorg- of hulpverlener, hebben wij meer tijd voor patiënten met medische klachten. Het is dus heel belangrijk dat wij goed contact hebben met onze samenwerkingspartners. Soms komen we er bij het maandelijks multidisciplinair overleg ineens achter dat we allemaal heel hard met dezelfde persoon bezig zijn. Dan is het beter dat een van ons het oppakt en de regie neemt.”

Is het een structurele oplossing, ook financieel?

“Het programma Krachtige basiszorg draait op dit moment alleen in de vier grote steden. Laten we hopen dat er financiering voor blijft. Ik moet er niet aan denken dat we nog eens teruggaan naar de oude situatie. Ik weet trouwens zeker dat dit programma zorgkosten bespaart. We zien patiënten minder vaak terug, we verwijzen minder vaak door. En dan hebben we het nog niet eens over het toegenomen werkplezier van ons als huisartsen en de grotere tevredenheid van patiënten. We kunnen nu gewoon betere zorg geven.”