Patiënten komen minder vaak terug

 
De huisartsenpraktijk van Vincent Coenen doet mee aan een pilot waarbij VGZ betaalt voor extra formatie. Zijn praktijk kreeg 0,6 fte huisarts erbij, waardoor ze ongeveer 1.800 patiënten per fte huisarts hebben. Het aantal doorverwijzingen daalde met 27 procent.

Huisarts Vincent Coenen
Huisartsenpraktijk Hoogstraat in Werkendam
6.200 patiënten, 3,6 fte huisartsen

Wat is jullie oplossing?

“Wij wilden letterlijk meer tijd voor de patiënt: consulten van 15 en 30 minuten. De directe aanleiding was dat we in de regio Gorinchem samen met zorgverzekeraar VGZ een leertuin zijn begonnen, waarbij 45 huisartsenpraktijken nauw samenwerken met het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Kwaliteit als Medicijn is de leertuintitel. Doel is om effectievere zorg te verlenen en de groei van de ziekenhuiszorg te stoppen. Om serieus met die substitutieagenda aan de slag te gaan, wilden wij meer tijd per patiënt. Het water liep ons toch al over de schoenen.

Nu doen twaalf huisartsenpraktijken mee aan een pilot waarbij VGZ betaalt voor extra formatie. Mijn eigen praktijk kreeg er 0,6 fte bij. Daardoor zitten we op ongeveer 1.800 patiënten per fte huisarts. Niet helemaal voldoende om alle consulten te verlengen. Om het rond te krijgen, hebben we een 5-minuten spreekuur ingesteld voor patiënten met korte vragen die dezelfde dag gezien moeten worden; een soort inloopspreekuur.

Een praktijk moet natuurlijk wel ruimte hebben voor een extra huisarts. Ook moest de formatie van een praktijk overeenkomen met de huidige normpraktijk. Dat geldt niet voor alle huisartsenpraktijken in onze regio. Er zijn solisten die 3.000 patiënten hebben en aangeven dat hun praktijk uitstekend draait.”

“Ik zie minder patiënten, maar kan meer voor ze doen”

Wat levert het op?

“De langere consulten leveren een totaal andere werkbeleving op. Je bent gewend om tempo te maken en de wachtkamer leeg te werken, nu heb ik veel meer rust. Daardoor gaan luikjes en mogelijkheden open en kan ik de patiënt beter helpen. Het werk is veel leuker en bevredigender geworden. Ik zie minder patiënten, maar ik kan meer voor ze doen.

De assistenten merken dat de huisartsen meer rust hebben, maar zij hebben juist een taakverzwaring gekregen doordat ze beter moeten triëren en samen met een huisarts het 5-minutenspreekuur draaien. Helaas hebben we geen extra formatie voor de assistenten gekregen.

De patiënttevredenheid is een stuk gestegen. Dat wordt na een consult via een vragenlijst gemeten. Patiënten merken dat de huisarts meer tijd voor hen heeft. Ik kan tijdens het consult direct met een specialist overleggen. Dat bespaart de patiënt een bezoek aan het ziekenhuis.

Ik merk zelf dat patiënten minder vaak terugkomen, omdat het eerste consult al goed was. VGZ zou meten of er minder medicatie wordt voorgeschreven door de praktijken die meedoen aan de pilot. Voor ons is dat zeker het geval, al schreven wij altijd al minder voor dan de gemiddelde praktijk. Het aantal doorverwijzingen is in totaal met bijna 18,8 procent gedaald. Bij ons zelfs met 27 procent.”

Zijn er uitdagingen of dingen die beter kunnen?

“We hebben maatregelen genomen om de backoffice te ontlasten, maar de formatie van de doktersassistenten is zeker een punt dat aandacht behoeft. Daarnaast kunnen we de samenwerking met het ziekenhuis verder verdiepen, bijvoorbeeld door een intervisietraject waarbij huisartsen en specialisten met elkaar bespreken hoe zij werken en wat er beter kan. Als beroepsgroepen zijn wij het niet gewend om elkaar aan te spreken, maar ik denk dat we er veel van kunnen leren.”

Is dit een structurele oplossing, ook financieel?

“Het is elk jaar de vraag of de pilot wordt verlengd; dat is heel vervelend. De resultaten van de pilot zijn positief, maar ook weer niet in alle praktijken gelijk. Daardoor vindt VGZ het spannend. In het hoger kader van de zorgverzekeraar mag er dan positief over dit soort pilots worden gedacht, het lager kader heeft een reflex om op de knip te gaan zitten. Dat merk je zeker bij de inkopers. En dat terwijl er meer geld beschikbaar is voor de huisartsenzorg.”

Bekijk hier het volledige artikel uit tijdschrift De Dokter of bekijk het artikel op de website van de LHV.

Vanuit de LHV:

Streven naar structurele oplossingen

  • De LHV pleit voor een uitbreiding van de pilots zoals gestart door zorgverzekeraars VGZ en Eno, waarin langere consulten worden gecompenseerd door de inzet van extra huisartsencapaciteit. De pilots zijn bedoeld om bewijs te verzamelen voor het bieden van structurele oplossingen, door overheid en zorgverzekeraars ondersteund.
  • In het hoofdlijnenakkoord (HLA) staat een groot aantal afspraken over de prioriteiten in de huisartsenzorg, de noodzakelijke randvoorwaarden daarvoor en het bewaken van de gemaakte afspraken. In de periode 2019-2022 komt er meer geld beschikbaar voor de huisartsenzorg, dat onder andere ten goede moet komen aan meer tijd voor de patiënt. Meer informatie over het HLA: https://www.lhv.nl/actueel/dossiers/hoofdlijnenakkoord
  • In de NZa-norm zit 1,23 fte assistentie per normpraktijk: https://www.lhv.nl/uw-praktijk/personeel/personeelshandboek/bestaand-personeel